HET HANNON HERENHUIS

In 1902 koopt Edouard Hannon (1853-1931), ingenieur bij de Solvay maatschappij, een prachtige hoekgrond en geeft hij aan zijn vriend, architekt Jules Brunfaut (1852-1942), de opdracht er een herenhuis op te richten waarvan elk detail, zowel van binnen als van buiten, de Jugendstil dient te vertegenwoordigen.

Het plan van het Hannon herenhuis breekt met het traditionele schema van het Belgisch huis, drie ineenlopende kamers met het steeds terugkerende probleem van een duistere middenkamer. De onthaalkamers op het gelijkvloers – rookkamer, salon en eetkamer – geven toegang tot een circulaire hal.

Communicatie tussen de wintertuin en de voorhal en rookkamer wordt verzekerd door een glazen verbindingsdeur. Een grote fresco, werk van Paul-Albert Baudouin, schilder uit Rouen, versiert de hal, waarvan de vloer bestaat uit een prachtig mozaïek met randen uit groen, bruin en wit marmer, gelijk aan de romeinse mozaïeken. In de rookkamer bevindt zich eveneens een smaakvolle fresco door Baudouin, waarvan de kleurschakeringen de schilderijen van Pompeï in herinnering brengen.

Het Hannon herenhuis valt in het kader van het Brusselse Jugendstil erfdeel bijzonder op door zijn verband met een andere bron van de Art Nouveau beweging van de Nancy school, in Oost-Frankrijk. Het is inderdaad zo dat twee bekende kunstenaars uit deze school, Emile Gallé (1846-1904) en Louis Majorelle (1859-1926) voor deze woning meubels hebben geleverd. Edouard Hannon had ze ontmoet toen hij dichtbij Nancy in de Solvay fabrieken van Dombasle werkte. In Nancy was toen een specifiek autochtoon Art Nouveau centrum zich aan het uitbreiden, dat zijn inspiratie vond in flora en plantkunde (Emile Gallé, grondlegger van de school van Nancy was een uitstekende botanist), wat in vergelijking met het Belgisch Jugendstil uiterst origineel was. In zijn memoires schrijft Horta : “dans la plante, je choisis la tige”, daar de bloem hem te grillig voorkomt.

Het prachtige glas-in-loodwerk van het Hannon herenhuis hebben wij te danken aan Raphaël Evaldre (1862-1938) die de door Tiffany op punt gestelde techniek van het “Amerikaans glas” toepast : het glas wordt warm door middel van een cilinder bewerkt, zodat de oppervlakte ervan rupsachtig en bespikkeld uitkomt, en een regenboogeffect verkregen wordt bij het stralen van het licht door het glas-in-loodwerk.

Het werk heeft als titel “De spinster” en is een allegorie van het voorbijgaan van de tijd.
Edouard Hannon hield zich ook bezig met fotografie en heeft ons een uiterst belangrijk fotografisch erfdeel overgelaten. Hij was daarenboven een verzamelaar die in zijn huis werken van de beroemdste vertegenwoordigers van de Belgische schilderkunst van zijn tijd had samengebracht (James Ensor, Emile Claus, Hippolyte Boulenger, Franz Courtens, Maurice Hagemans, ...)

Na de dood van de dochter van Edouard Hannon in 1965 wordt het Hannon herenhuis een tijd lang verwaarloosd om daarna in de handen te komen van projectontwikkelaars die de sloop ervan overwegen. Gelukkig gaan het groeiend belang dat door het publiek gehecht wordt aan de bewaring van het architectureel erfdeel en de waakzaamheid van een buurtcomité het herenhuis redden. Dank zij de tussenkomst van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen die het herenhuis in 1976 klasseert en de daaropvolgende aankoop van het gebouw door de Gemeente Sint-Gillis wordt afgezien van dit ellendig project




.

Vorgevel van Hotel Hannon
Architect Jules Brunfaut
Foto van Paul Louis


Binnenste van Hotel Hannon
Fresco van P.A. Baudouin
Foto van Paul Louis