Carte blanche aan Jean-Marc Bodson

KAMEL MOUSSA
Équilibre instable/Labiel evenwicht
14/11/18 - 13/01/19


Gesloten vanaf 24/12/18 tot en met 2/01/19

English | Français



kamel_moussa_site_01

© Kamel Moussa, serie «Équilibre Instable», 2012-2016, 40 x 60 cm

Het is een feit dat de uitkomst van revoluties zelden voldoet aan de verwachtingen van hun voorvechters. Sinds 1789 leveren ze evenwel steevast een overvloed aan beeldmateriaal op. In die mate zelfs dat de representaties ervan — in de 19de eeuw historische gravures en schilderijen en later foto’s en films — uiteindelijk, samen met de voorstellingen van de grote historische omwentelingen, geleid hebben tot de totstandkoming van een herkenbaar iconografisch model: een heldendicht dat een mooie toekomst voorspiegelt.

We vinden er trouwens slechts weinig of helemaal geen van de ingrediënten in terug die instaan voor de epische kracht van « De Vrijheid leidt het volk » van Eugène Delacroix: een allegorische en fabelachtige figuur, een vaandel om duidelijk te maken waar de strijd om draait en enkele prozaïsche details om toch een beetje voeling te houden met de werkelijkheid. Dit recept is zo vaak gebruikt in de pers van de 20ste eeuw dat het ook vandaag nog moeilijk is voor reportagefotografen om er geen gebruik van te maken. Hun diensthoofden, en zelfs de layouters van hun kranten, vragen om deze beelden waarvan ze weten dat het publiek ze verwacht. Vaak beelden ze zich reeds in hoe een feit zal worden geïllustreerd nog voor het heeft plaatsgevonden. Het einde van een bewind, de val van een regime, de afzetting van een despoot worden steeds – naar keuze— geïllustreerd met het neerhalen van een beeld, de triomfantelijke intrede van de bevrijders onder het gejuich van de bevolking, of dichte menigten zwaaiend met banieren en spandoeken.

De Tunesische revolutie, die plaatsvond tussen december 2010 en januari 2011, ontsnapte niet aan deze visuele formattering. De resultaten van het zoeken naar beelden op het internet getuigen hiervan: op het scherm verschijnen steevast het rood van de nationale vlag en het zwart van de mensenmenigte tijdens indrukwekkende optochten. Het is verontrustend dat eenzelfde muisklik met als onderwerp de Egyptische revolutie een vergelijkbaar resultaat oplevert en dat, op enkele tinten groen na, de beelden van de Libische burgeroorlog er amper van afwijken. In deze tijden van globalisatie slagen de door de media verspreide beelden er op deze manier in om de kennis over complexe en specifieke realiteiten te reduceren tot enkele tekens. Bovendien creëren ze zo hardnekkige zekerheden.

De tijd verloopt en in ons collectief beeldgeheugen blijft aldus de Tunesische revolutie die fantastische opwelling van hoop uitgaande van het volk dat op straat actievoert. Dit verstarde beeld strookt hoe langer hoe minder met de actuele beleving van het volk. Kamel Moussa wil afrekenen met de valstrik gevormd door deze muurvaste stereotypie en presenteert foto’s die terug aanknopen bij de complexiteit en derhalve bij de twijfel. Via zijn portretten van mensen in reële situaties, verwezenlijkt met de medewerking van de protagonisten, laat hij ons kennismaken met een intieme geografie van zijn land. Hij doet dit op een heel genuanceerde manier, helemaal in strijd met de geformatteerde zekerheden die de emblematische foto’s kenmerken. Dit wil niet zeggen dat hij getracht heeft het aan deze foto’s inherente symbolische aspect te omzeilen — hoe zou dit trouwens mogelijk zijn? — maar veeleer dat hij dit facet opnieuw tot leven wil wekken door er andere vormen aan te geven dan de tot vervelens toe voorgeschotelde symboliek van de westerse religieuze beeldtaal, gehandhaafd door een halve eeuw van humanistische persfotografie.

Het heeft dan ook geen zin om in deze beelden op zoek te gaan naar een of andere «mater dolorosa» (al was het à la Hocine), of om er de gebruikelijke devote syntaxis, overgeërfd van het Concilie van Nicea, in trachten te ontcijferen. Het is ook nutteloos om erin te speuren naar de tot in den treure toe herhaalde allegorieën van de schilderkunst (het historische genre) aangezien de taal waarvoor hij kiest die van de fotografie is. Hij opteert voor het soort fotografie waarin ontmoetingen met mensen daar waar ze leven centraal staan. Hij biedt hen bovendien alle ruimte om zelf te bepalen hoe ze willen worden voorgesteld zodat de foto’s eigenlijk zelfportretten zijn. Het gaat om een fotografie die openstaat voor het onverwachte, voor het toeval, zelfs voor het ongeluk als bezwering van het verwachte cliché: een documentaire fotografie die openstaat voor de poëzie van het leven.

Kamel Moussa behoort tot die generatie van fotografen die begrepen hebben dat in deze door een visuele tsunami gekenmerkte tijd, de moeilijkheid niet schuilt in het voortbrengen van beelden, maar wel in het vermijden van clichébeelden die zich opdringen bij de opname. Voor hem is, net als voor hen, de authenticiteit minder afhankelijk van een illusoire overeenstemming met de realiteit dan wel van een zich resoluut afwenden van de dooddoeners van de globalisering. Met evenveel wantrouwen voor het scalpel van de objectiviteit als voor de esthetiek van navelstaarders, opteert hij ervoor om, tussen documentaire beschrijving en artistieke visie, gestalte te geven aan de moeilijkheden waarmee zijn land kampt. Het labiele evenwicht waarvoor hij kiest volstaat om de toeschouwer alert te houden. Moussa doet ons begrijpen dat kijken — echt kijken — eigenlijk al een vorm is van weerstand bieden.

Jean-Marc Bodson.Vertaling: Marleen Cappellemans.


WebSite: www.kamelmoussa.com




EDITIE





book_kamel_moussa

Kamel Moussa, «Équilibre instable»
Marseille en Bruxelles,
Le Bec en l’air en ARP2 Uitgevers, 2018.
Tekst: Jean-Marc Bodson
(tweetalig editie Frans-Engels),
formaat: 20 x 24 cm,
96 pagina's, hardcover.
Editie: 500 kopiëen.
ISBN: 978-2-36744-133-7.
Prijs: 30 Euros.

Geproduceerd met de steun van Contretype.